Diagnostiek

Intelligentieonderzoek bij kinderen en jongeren tussen 6 en 16

Met de WISC III, een test die specifiek ontwikkeld werd om het intelligentiequotiënt te bepalen, gaan we het intelligentieprofiel van het kind of de jongere na. Deze test bestaat uit 12 subtests, waarvan 6 subtests betrekking hebben op de verbale vaardigheden en 6 te maken hebben met performale of uitvoerende vaardigheden.

Op die manier krijgen we:
• ofwel een harmonisch profiel, wat betekent dat een kind gelijkmatige scores behaalt op zowel de verbale als de performale subtests
• ofwel een disharmonisch profiel, wat betekent dat een kind verbaal sterker is dan performaal, of net omgekeerd, dat een kind verbaal zwakker is dan performaal

Op basis van de scores die een kind behaalt op de verschillende subtests, krijgen we een beeld van de sterke(re) en zwakke(re) vaardigheden en kunnen we advies geven om het kind in positieve zin te stimuleren.


Onderzoek naar een leerprobleem of leerstoornis voor kinderen en jongeren tussen 6 en 16 jaar

Het gaat hier om een reken-, lees-, en/of spellingsonderzoek.
Meestal nemen we bij een onderzoek naar een leerprobleem of een leerstoornis ook een intelligentieonderzoek af. Dit doen we omdat we op basis van de intelligentietest reeds een beeld krijgen van waar een kind sterk in is en waar het moeilijker loopt. Bovendien is het belangrijk dat, indien het kind een zwakke algemene intelligentie heeft, hier rekening mee wordt gehouden bij een onderzoek naar een specifieke leerstoornis.

Afhankelijk van het aanmeldingsprobleem en de bevindingen uit het intelligentieonderzoek, gaan we na of het kind over voldoende schoolse kennis bezit, rekening houdend met zijn of haar leeftijd. Bij een kind met een leerprobleem of leerstoornis, merken we vaak een (grote) achterstand t.o.v. leeftijdsgenoten in één of meerdere kennisgebieden.

Wanneer een achterstand wordt vastgesteld, proberen we na te gaan wat hiervan de oorzaak kan zijn door meer specifieke testgegevens te verzamelen.

We kunnen pas van een leerstoornis spreken als er gedurende minstens zes maanden een intensieve begeleiding is geweest en de achterstand desondanks aanzienlijk blijft. Een intensieve begeleiding bestaat uit wekelijkse therapie én een nauwe opvolging thuis en op school. De leerstoornis heeft duidelijke effecten op het schools presteren en is niet te wijten aan een zintuiglijk probleem.


Onderzoek naar een aandachtsprobleem of aandachtsstoornis voor kinderen en jongeren tussen 6 en 16 jaar

Bij een onderzoek naar een aandachts- of concentratieprobleem, starten we met een intelligentieonderzoek. Zoals hierboven reeds vermeld werd, kunnen we hiermee de sterke en zwakke vaardigheden van een kind of jongere in beeld brengen alsook een eventueel zwakke algemene intelligentie uitsluiten als oorzaak van het aandachtsprobleem.

Heel specifiek naar aandacht toe, gaan we zowel het onmiddellijk geheugen als het uitgesteld geheugen testen, kijken we hoe lang het kind geconcentreerd kan bezig zijn en observeren we het al dan niet impulsief te werk gaan. We gaan dit via auditieve en visuele opdrachten na.

We laten ouders en school een vragenlijst invullen om een beter beeld te krijgen van het gedrag in de dagelijkse context.